Reis Algerije


Dit is een verslag van de reis naar Algerije, die ik voor SCE nv in januari 2003 naar Algerie gemaakt heb.

Niet dat Algerije zo bijzonder is, maar omdat op die reis zowat alles fout is gegaan, wat er maar fout kan gaan. Bovendien was het doel van de reis, controle van een silo, ook niet zo plezierig, maar daarover later meer.

Op maandag werd bekend, dat ik de vrijdag daarop naar Algerije zou moeten reizen. Om een visa te krijgen had ik een uitnodiging van de klant nodig. Die kreeg ik op dinsdag, zodat ik de dag erop het visum kon aanvragen. Daarvoor moest ik naar de ambassade in Den Haag. Voordat ik op woensdag naar Den Haag vertrok, heb ik eerst geinformeerd, tot hoe laat de ambassade open was. Door een, zo te horen Nederlandse medewerkster, was dat tot half één. Omdat ik altijd eerder aan de late kant vertrek dan aan de vroege en door de verkeersdrukte, was ik om kwart voor twaalf op de ambassade. De mensen aan de balie waren bezig, dus ik ging zitten en pakte een tijdschrift. Toen kwam er een Algerijn naar me toe, die mij vroeg of ik niet wist, dat ze om twaalf uur dicht gingen. Eerst in het Frans, en daarna, op mijn verzoek, in het Engels. Ik legde uit, dat ze mij gezegd hadden, dat de sluitingstijd half één was. Daarop gaf hij mij te verstaan, dat ik gauw mijn mond moest houden; anders kon ik terug. In Algerije, ging hij verder, moest men soms drie dagen reizen en daar hield men zich ook aan de openingstijden. En hier in Nederland zaten wij hooguit twee uur van de Den Haag. Ik heb maar snel mijn verontschuldigingen aangeboden, waarna hij zijn best ging doen dat iemand mij alsnog zou helpen. Een paar minuten later kon ik aan de balie komen. Daar moest ik mijn paspoort en de uitnodiging achterlaten en de kosten à € 33.00 betalen. Ik gaf € 35.00, maar van wisselgeld hadden ze schijnbaar nog nooit gehoord. De volgende dag kon ik dan alles op komen halen. Of ik hierbij alsnog gepakt werd, zal ik nooit weten.

Dat waren mijn eerste ervaringen met Algerije.

De volgende dag, vrijdag, kon ik naar Algerije.
Ik had het volgende vluchtplan :

Ik was 's morgens bijtijds met de auto weggereden, zodat ik ruimschoots op Schiphol was. Het inchecken ging vlot, maar eenmaal in het vliegtuig, werd er medegedeeld, dat het vertrek uitgesteld werd. Er zat namelijk een koffer in het bagageruim, wat niet van een passagier was. Alles werd uitgeladen en, na het vinden van de desbetreffende koffer, weer ingeladen. Hier werden de eerste 45 minuten verloren. Boven Lyon aangekomen, konden we niet landen vanwege een zware mist. We hebben toen 3 rondjes gedraaid. We vlogen op ongeveer 3000 meter, zodat we een prachtig uitzicht op de Alpen hadden. Ondertussen werden we op de hoogte gehouden over de situatie beneden. Bij aanhoudende mist moest er uitgeweken naar een andere luchthaven. Dat was in ons geval Genève of Grenoble. Uiteindelijk is het Grenoble geworden.

Omgevingskaart Grenoble
Vliegveld Lyon
Hier vanuit zijn we met de bus naar het vliegveld Saint Exupéry van Lyon gebracht. Zie foto rechts.

Intussen was het half één geworden, dus normaal gesproken kon ik de aansluiting naar Algiers niet meer halen. Ik haastte mij naar de vertrekhal van Air Algerie. Daar aangekomen moest ik mijn eerste papiertje met mijn persoonlijke gegevens, reden van de reis, plaats van vertrek en aankomst invullen. Dat was hetzelfde soort formulier, waar op dit ogenblik zo'n drukte overgemaakt wordt om naar Amerika te reizen. Er zouden er nog meerdere volgen.

Bij het inchecken werd mij verteld, dat het vliegtuig uit Algiers nog niet aangekomen was. Dat had, net als wij, last van de mist gehad en was uitgeweken naar Marseille. De wachtruimte werd voor 4 vluchten naar Algerije gebruikt, dus die zat bomvol. Het wachten was begonnen. Hier en daar werden op gezette tijden matjes op de grond gelegd voor één van de vijf dagelijkse gebeden van de Islam. Één voor één vertrokken de vliegtuigen naar de andere bestemmingen, zodat we wat meer ruimte kregen. Informatie over mogelijke vertrektijden werd niet gegeven. Eindelijk kwam dan het vliegtuig uit Marseille aan en konden we na enige tijd het vliegtuig in. Het was ongeveer half vijf, dus we zaten zo'n vier uur achter op het schema.

In het toestel bleek al snel, dat we naar islamitisch land gingen : het cabinepersoneel bestond uit enkel mannen.

Rond zes uur landden we op het vliegveld van Algiers

Vliegveld Algiers buiten
Vliegveld Algiers, aankomsthal

Toen ik daar op bezoek kwam, was het de tijd van de hadj (Arabisch: الحجّ), de bedevaart naar Mekka Op de linker foto is een tentconstructie te zien. Deze tent besloeg een behoorlijk deel van het plein voor het stationsgebouw en diende als beschutting voor de mensen, die familie en kennissen wegbrachten of ophaalden. Bij het verlaten van het aankomsthal, konden we ons met moeite een weg door deze mensenmenigte banen. Maar zover waren we nog niet.

Bij binnenkomst in de hal voor de paspoortcontrole zag ik, dat het bij de douanebeambte niet zo gemakkelijk ging. Nu had ik in de vertrekhal in Lyon gemerkt, dat er een Belg zat, die goed Frans sprak. Deze man stond bij mij in de buurt en ik heb hem gevraagd, of ik achter hem aan mocht sluiten en dat hij eventueel mijn tolk kon zijn. Dat was geen probleem, en hij zou bij mij blijven zolang ik dat nodig vond. Dat dit een goed idee was, bleek bij de balie.

Visum
Het paspoort met het visum werd goed bekeken en er werden weer vragen gesteld over reisdoel, vertrek, reisduur, enzovoort. Nu spreek en versta ik wel wat Frans, maar wanneer dat met een zwaar accent gesproken wordt, geeft dat toch problemen. En zo kwam mijn Belgische vriend goed van pas. Daarna zijn we naar de band gegaan, waar we de koffers konden oppakken. Maar hoe goed ik keek, mijn koffer kon ik niet ontdekken. Tenslotte was de hele band leeg, en begon ik een bang vermoeden te krijgen, dat ik naar mijn bagage wel kon fluiten. Dat was geen prettig vooruitzicht.

Toen zijn we op zoek gegaan naar iets van 'gevonden / verloren voorwerpen'. Dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Tenslotte kwamen we bij een loket uit, met een groot schuifraam en daarachter een donker kamertje. Mijn Belg heeft het verhaal gedaan. Er moest een formulier ingevuld worden, maar toen was er iets met de beambte, die wel of niet bevoegd was, om het papier aan te nemen. Uiteindelijk werd het papier aangenomen en konden we naarbuiten. Mijn terugreis was gepland op maandag, evenals die van mijn reisgenoot, en hebben afgesproken om dan samen terug te reizen. Alleen mijn planning liep in het honderd.

Buiten stond er een Algerijn (de heer Gherby) van de firma Bühler uit Zwiterland op mij te wachten.

Fabriek Bühler te Uzwil(CH)
Voor Bühler hadden wij deze silo's gebouwd. Deze man stond ook al een paar uur op mij te wachten. Na de kennismaking, ik had hem ook nog nooit gezien, heb ik mijn verhaal verteld. Nou, hij kende wel een familielid op de luchthaven. Wij door een zij-ingang naar binnen en via allerlei gangen en deuren naar het loket van de 'gevonden / verloren voorwerpen'. Daar heeft hij wat gezegd en direct werd er een andere man bijgehaald. Het eind van het liedje was, dat er alles aan gedaan zou worden om mijn koffer op te sporen.

Toen ik alleen was, moest ik mij overal legitimeren. Met de heer Gherby erbij konden we overal doorlopen. Werden we aangehouden, dan werd even wat gezegd en konden wij door. Over veiligheid op vliegvelden gesproken.

Hilton-hotel, Algiers

Na dit oponthoud zijn we naar ons hotel, het Hilton-Algiers, gereden. Dat leek op een vesting met een muur rondom her terrein en een bewaakte ingang. Bij het binnengaan moest de bagage door een poortje en werden wijzelf uitvoerig gefouilleerd. Bij het inchecken moest ook weer het inmiddels bekende briefje ingevuld worden.

Hier troffen we de heer Nau (een Zwitser) van Bühler, die 's morgens vanuit Zürich zonder vertraging in Algiers aangekomen was. Na nog wat gegeten te hebben, zijn we vroeg naar bed gegaan, want de volgende dag moesten we om vier uur uit bed. Voor de nacht kreeg ik van de heer Nau een T-shirt. Mijn scheerapparaat en toiletspullen zaten gelukkig in mijn handkoffer.

De volgende dag waren we dus vroeg uit de veren. Het restaurant was nog niet open, dus een ontbijt was er niet bij. Rond half zes waren we op het vliegveld, om van daaruit om zeven uur te vertrekken naar Sétif. We hebben daar nog een croissant gegeten met koffie. Dat is echte koffie, heel sterk, zonder melk en in kleine glaasjes. Ik kon niet zeggen, dat dat op dit uur zo lekker was.

Vliegveld Sétif, buiten
Vliegveld Sétif, buiten

Om zeven uur vertrokken we naar Sétif, waar we om ca acht uur aankwamen. Sétif ligt ongeveer 350 km oostelijk van Algiers. Dit is een kleiner vliegveld voor binnenlands vluchten met een mooi stationsgebouw, zie foto links.

Hier werden we opgehaald door een medewerker van de 'Groupe Benhamadi' uit Bordj Bou-Arréridj, zo'n 100 km zuid-westelijk van Sétif. Deze medewerker bleek een neef van de directeur te zijn, die als belangrijkste taak had om boodschappen voor de zaak te doen.

Weg Sétif-BBA

De omgeving van Sétif is redelijk dor, zoals op bijgaande foto te zien is. Op de bergen in de verte lag sneeuw. In die omgeving hebben ze flinke winters met veel sneeuw. Dat verbaasde mij voor een land als Algerije.

Winter in Sétif

Wij zijn met de auto naar Bordj Bou-Arréridj gereden, waar we rond 10 uur op het bedrijf aankwamen. Wij hebben eerst kennis gemaakt met de directeur, Dhr. Smail Benhamadi (op de foto rechts in het midden, geflankeerd door zijn broers) en de problemen met hem besproken.

Broers Benhamadi
Dhr. Gherbi vertelde ook van mijn zoekgeraakte koffer en dat ik geen reservekleren had. Dhr. Benhamadi gaf mij toen 2000 Algerijnse dinars (ongeveer 25 Euro). Daar hebben we 's avonds op de weg naar het hotel wat sokken en onderbroeken van gekocht. Dhr. Benhamadi had connectie's met de Algerijnse luchtvaartmaatschappij. Die heeft daar naar toe gebeld, en zodoende kwam hij er achter, dat mijn koffer in Constantine aangekomen was. Daar zou ervoor gezorgd worden, dat mijn bagage met de eerst mogelijke vlucht naar Algiers meegegeven zou worden.

Directeur met secretaressen

Op kantoor zaten ook twee meisjes. Één was er westers gekleed en de ander traditioneel. Op de rechtse foto staan ze, rechts staat onze chauffeur.

Het was een nieuwe fabriek met prachtige kantoren en moderne inrichting met veel houten meubels. Hiernaast staan twee foto's, gemaakt tijdens de montage. Een schril contrast hiermee vormden de toiletten. Dit waren van die hurk-wc's, dus gewoon een platte vloer, zonder pot. Het zag er eigenlijk gewoon vies uit.





Fabriek Groupe Benhamadi
Aanzicht op trechters
Aanzicht op cellen
In de silolier
Silolier


Direct na de middag zijn we begonnen met de inspectie van de silo.

Deze silo bestond uit 12 stuks cellen van 3.25 x 3.25 m en een diepte van 18.00 m. Aan de bovenzijde zijn de cellen afgesloten met een stalen vloer. In deze afdekking is voor een elke cel een uitsparing gemaakt, die door een rooster en deksel afgesloten worden. Boven deze opening wordt een silolier geplaats. Zie foto rechts

Dit is een stalen bok met trommels voor staalkabels, reminrichting en electromotor. Aan de staalkabel hangt een tractorzitting. Voor de veiligheid zit je nog met een gordel aan een tweede kabel , voor het geval dat de eerste breekt. Je moet op de zitting plaats nemen en je dan door het gat naar beneden laten takelen. Met de silolier werden we met twee of drie man naar beneden gebracht, telkens één man per keer. Hard gaat dat niet, zodat een ritje naar boven of naar beneden zo'n 10 minuten duurt. Vooral als je onderweg nog een keer wilt stoppen om iets specifieks te zien. Tijdens het optakelen werden de wanden gecontroleerd.

Voor deze controle was de rest van de dag gepland. Dit liep echter ook weer uit, zodat we de gehele volgende dag (zondag) daarmee bezig zijn geweest. We zijn in alle cellen geweest, waarbij telkens de bok van de lier telkens verplaatst moest worden. Over het silodek lopen transporteur en pijpwerk om de silo's te vullen. Zo'n bok weegt 200 kg, zodat je met 4 à 5 man je handen vol hebt om met het frame overal onderdoor en overheen te kruipen. Oorspronkelijk waren we op zondag terug naar Algiers gegaan, om op maandag naar huis te vliegen. Maar door het oponthoud was dit niet meer mogelijk.

Voor de overnachtingen waren we ondergebracht in een hotel in Bordj Bou-Arréridj. Voor het op en neer rijden hadden we een auto van het bedrijf tot onze beschikking. 's Middags gingen we ook in het hotel eten. Na afloop van het middageten hebben we thee gedronken in grote banken met veel kussens. De thee wordt geschonken uit zo'n kan met gebogen tuit, die steeds hoger gaat, zonder dat er gemorst wordt. Dit is een leuk gezicht en aardig om het eens van nabij mee te maken. 's Avonds zat de lobby van het hotel vol met jonge gasten, die daar thee en koffie kwamen drinken. Aan het lawaai te horen, werden daarbij verhitte gesprekken gevoerd. We zaten niet zo ver van een moskee, want 's morgens om zes uur werd er al een oproep tot gebed gedaan vanaf de minaret. We moesten rond die tijd toch uit bed, dus dit was een goede wekker. Beide ochtenden waren de ruiten van de auto bevroren. Krabben hoefden we echter niet zelf te doen, dit werd door iemand van het hotel gedaan.

Peugeot 505
Weg door het Atlasgebergte

's Maandags zijn we dan vertrokken naar Algiers, een rit van ongeveer 300 km. We konden meerijden met iemand van het bedrijf, die ook die kant op moest. Hij had een Peugeot 505 van 20 jaar oud. Mijn Zwiterse metgezel en ik zaten achterin. Omdat het koud was en de rubbers van de deuren versleten waren (je kon zo naar buiten kijken), hebben we eerst onze jacks tegen de deuren gevouwen. Dat hield de kou tenminste een beetje buiten. De wegen zijn wel geasfalteerd, maar zitten vol met gaten. Pas zo'n 50 km voor Algiers kwamen we op 4-baans autoweg terecht. Het grootste deel van de weg ging door een bergachtige streek, dwars door het Atlas-gebergte. De weg zelf is 2-baans, tamelijk breed, die gebruikt wordt als een 3-baans. Bij het passeren wordt veelvuldig gebruik gemaakt van het grote licht en de claxon. Wie de grootste koplampen heeft en de meeste moed, die gaat passeren. En als het niet door het midden gaat, wordt de berm opgewaardeerd tot rijbaan. Onze chauffeur heeft het grootste deel van de reis druk zitten converseren met Dhr. Gherby. Bovendien zat hij constant op qad te kauwen. Volgens ons westerlingen werd er bij tijden behoorlijk roekeloos gereden en lijkt op kamikaze, maar dat zal hij zelf, onder invloed van die qad, niet zo ervaren hebben.

Jonge herders
Langs de weg
Geslacht vee

Langs de weg is er op bepaalde plaatsen van alles te beleven. De bermen worden door bewoners (voornamelijk vrouwen) gebruikt om er hun kudde schapen of geiten in te laten grazen. In de buurt van plaatsen zijn er open vlakten, waar een soort markt gehouden wordt. Een keer zijn we door een dorp gereden, waar langs de hoofdweg huis aan huis een slagerij gevestigd was. De geslachte geiten en schapen hingen en stonden daar gewoon in de open lucht, om verkocht te worden.

Wegrestaurant

Halverwege zijn we gestopt bij een wegrestaurant, zoiets als hier links op de foto afgebeeld staat. Wij hebben daar een glaasje (wederom sterke) koffie gedronken. Na gebruik worden deze glaasjes met koud water afgespoeld. Vaatwassers zijn er onbekend.

Op regelmatige afstanden stonden wachttorens van het leger langs de weg. Op een paar kruispunten stonden zelfs pantserwagens zodanig opgesteld, dat we maar stapvoets konden passeren. Één keer werden we aangehouden en moesten we de paspoorten laten zien.

Halverwege de middag kwamen we bij het Hilton in Algiers aan. Ik ben met Dhr. Gherby direct naar het vliegveld gegaan, en daar was inderdaad mijn koffer vanuit Constantine aangekomen.

Omdat we een dag vertraging opgelopen hadden en ik geen open ticket had, moest ik een nieuw kopen. In het hotel was een reisbureau gevestigd, waar ik een nieuwe vlucht naar Amsterdam geboekt heb. Ik kon niet betalen met een creditcard, zelfs niet met American Express. Het moest met contant geld gebeuren, en dan ook nog met Algerijnse dinars. De prijs voor een enkele reis was 640 Euro, nog meer dan ik een week eerder voor een retour betaald had. Van het reisbureau kreeg ik een papiertje en daarmee moest ik mee naar de bank, die ook in het hotel zat, om Euro's om te wisselen in Dinars. Ook moest ik zeggen, dat het geld bestemd was voor vliegticket. En zo liep ik even later met een pak geld van 5 cm dik door het hotel. Aan cash geld had ik ongeveer 650 Euro bij mij, zodat ik nog 10 Euro over om naar huis te reizen. Een aandenken aan Algerije kopen was er dus meer bij.

's Avonds hebben we in het hotel na 3 dagen weer eens heerlijk westers gegeten.

De andere dag zijn we door Dhr. Gherby naar het vliegveld gebracht. Met Dhr. Nau heb ik ingecheckt en door de douane gegaan. Die deed niet moeilijk, alleen wou hij weten of ik meer geld mee terug nam, dan bij binnenkomst in Algerije. Ik heb hem maar niet verteld, dat ik nog 10 Euro over had. Dhr. Nau vertrok eerder. Hij vloog over Madrid terug naar Zwitserland. Ik ging weer over Lyon naar Amsterdam.

Na een uur in de wachtruimte doorgebracht te hebben (ik had mijn koffer terug, dus ik kon weer wat lezen), was het tijd om in de bus te stappen, die ons naar het vliegtuig bracht. De bagage hadden ze buiten opgesteld. Voor we de bus instapten, moesten we ons koffer pakken en 10 meter verder wegzetten. Bij het vliegtuig aangekomen bleven de deuren van de bus gesloten. Daarna kwamen er voor en achter twee soldaten binnen en moesten we onze paspoorten weer eens een keer tonen. Hierna mochten we naar buiten. Onderaan de vliegtuigtrap stond een soldaat die een ieder uitvoerig fouilleerde. In een zak van mijn jack vond hij een nagelknippertje. Dat mocht ik houden en we konden het vliegtuig in. Tot voor het vertrek liepen er steeds soldaten door de gangpaden. Wat de reden daarvan was, werd ons niet verteld. Eindelijk konden we opstijgen en met een opgelucht gevoel verlieten we Algerije.

En zo vlogen we eerst naar Lyon, waar ik over moest stappen naar Amsterdam. Na de landing, tijdens het taxien naar de pier, stond er de grote Antonov warm te draaien.

Antonov An-124
Enige tijd later, vanuit het stationsgebouw, heb ik hem op zien stijgen. Dat was een prachtig schouwspel. Een groot toestel, dat eigenlijk met een geringe snelheid, van de grond loskomt. Op Heathrow Londen heb ik ook een keer de Concorde zien opstijgen. Dat was ook een mooi gezicht, maar het ging wel met veel lawaai gepaard.

Ik was tegen twaalven aangekomen op Lyon, en omstreeks vijf uur zouden we vertrekken naar Amsterdam. Ik heb dus een paar uur vol moeten maken met wat lezen en wandelen. Van mijn 10 Euro heb ik nog wat drinken en eten kunnen kopen.

Bij het inchecken naar Amsterdam ging er tenslotte nog iets mis. Vanuit de silo had ik een klein, dreihoekig, stukje staal meegenomen en in mijn koffer gedaan. Tijdens de controle door het röntgen-apparaat werd dat ontdekt. Dus ik moest het koffer openmaken en dat stukje ijzer werd eruit gehaald. Het volgende was natuurlijk de vraag, wat ik daarmee aanmoest. Ik heb toen uitgelegd, dat ik later voor analyse nodig had. Na veel gepraat en overleg met de collega mocht ik dat stukje tenslotte houden. Dit was het laatste obstakel van deze reis.

Deze reis heeft veel indruk op mij gemaakt. Het is een land, waar tot op dit moment nog een negatief reisadvies voor wordt gegeven. Voor het vertrek werd ons geadviseerd, om niet alleen weg te gaan. Voor elke verplaatsing moet een formulier ingevuld worden, zodat je in theorie altijd op te sporen bent. De politie en leger zijn nadrukkelijk aanwezig. De hotels worden streng bewaakt. Dit geldt met name voor de omgeving van Algiers.

Algerije is een mooi en afwisselend land. In het noorden is het vlak. Daaronder komt het Alas-gebergte. Dit kan zich met de Alpen meten. Verder naar het Zuiden ligt de Sahara, waar ik niet geweest ben. In 5 dagen kun je van een land geen volledige indruk krijgen. Temeer omdat ik daarvoor weinig kennis van Algerije opgedaan heb. De aanslagen van de terreurgroep GIA waren een paar jaar daarvoor. Door mijn gebrekkige kennis van het Frans heb ik weinig direct contact gehad met de Algerijnen waar ik drie dagen mee gewerkt heb. Na één dag was mijn taalkennis zodanig hersteld, dat ik op technisch gebied enigszins rechtstreeks met hen comminiceren kon. Maar dat wil niet zeggen, dat ik ook op persoonlijk vlak toegang tot hen had. Tijdens mijn verblijf in Bordj Bou-Arréridj heb ik van enige dreiging niets gemerkt. Dit dook pas op tijdens het reizen met het vliegtuig en in sterkere mate tijdens de autorit van Bordj Bou-Arréridj naar Algiers, waar je met wachttorens langs de weg en afzettingen met pantserwagens direct met de werkelijkheid geconfronteerd werd.

Aan deze reis denk ik met gemengde gevoelens terug. Enerzijds zou ik nooit meer terug willen, wat natuurlijk ook versterkt wordt door het feit, dat er van alles mis is gegaan. Anderzijds zou ik nog weleens een bezoek willen brengen. Maar dit is eigenlijk alleen maar mogelijk, wanneer dit met een zakelijke reden gebeurt. Als toerist zal ik in ieder geval niet meer naar Algerije toe gaan.